Inwerkperiode
Voorafgaand aan een definitieve plaatsing op de crèche wordt de ouder uitgenodigd een aantal keer mee te draaien op de crèche. De aspirant draaiouder zal dan boven de formatie worden ingeroosterd. Deze inwerkperiode is bedoeld om de aspirant draaiouder kennis te laten maken met de kinderen en de andere draaiouders. Gedurende de inwerkperiode wordt de aspirant draaiouder door de mentor, die hij/zij krijgt toegewezen geinformeerd over de organisatie van de crèche en de dagelijkse gang van zaken in de crèche. Het doel van deze periode is dat er wederzijds duidelijkheid wordt verschaft over wat er van elkaar verwacht wordt. Beide partijen kunnen na de inwerkperiode afzien van een definitieve plaatsing op de crèche.

Groepsindeling
De crèche werkt met een groepssamenstelling van kinderen van 1,5 tot 4 jaar. Voor deze samenstelling is gekozen, omdat het praktisch niet haalbaar is om de groepen kinderen te splitsen in een aparte baby-dreumes of peutergroep. In een ouderparticipatiecrèche wisselt de leiding, die bestaat uit de draaiouders, dagelijks. Aangezien het voor kinderen van belang is om zich veilig en vertrouwd te voelen in een groep is er voor gekozen om de groep uit een vaste groep van maximaal 12 kinderen te laten bestaan. Hierdoor varieert de groepsgrootte per dag/dagdeel van 4 kinderen tot maximaal 12 kinderen. Van de ouders wordt verwacht dat zij dan ook regelmatig draaien, nl. 1 keer per week.

Dagindeling
De crèches werken volgens een bepaalde dagindeling. Deze dagindeling dient als leidraad voor de dag. Het is bedoeld als regelmaat voor de kinderen en voor de draaiouders om ervoor te zorgen dat alle kinderen op tijd eten, drinken, plassen, verschoond worden en slapen en er voldoende tijd overblijft voor vrij spel of groepsactiviteiten.

Brengen en halen
De crèches bepalen zelf op welke tijdstippen de kinderen gehaald en gebracht kunnen worden. Uitgangspunt hierbij is dat de breng- en haalmomenten zijn beperkt om te voorkomen dat er teveel onrust in de groep ontstaat. De momenten bij het brengen en halen is voor ouders gelegenheid om informatie uit te wisselen met de draaiouders.

Maaltijden
Het gebruiken van de maaltijden en tussendoortjes is een gezamenlijke activiteit. Het gaat hierbij niet alleen om het eten en drinken, maar ook om het contact met elkaar. De sfeer van het gezellig samenzijn en een rustmoment op de dag. Er is aandacht voor elkaar, er wordt gepraat, naar elkaar geluisterd en liedjes gezongen. Binnen de crèche wordt het eten niet aan de kinderen opgedrongen. Kinderen worden op een positieve manier gestimuleerd om tijdens het eten aan tafel te blijven zitten.

De ouders dragen zelf verantwoording voor de voeding van de kinderen en bepalen zelf wat het kind mag eten. De kinderen nemen iedere dag brood mee in een trommeltje en 1 of 2 stuks fruit. In principe wordt niet gesnoept in de crèche met uitzondering van feestelijke gebeurtenissen.

Als een kind een dieet volgt wordt er, in goed overleg met de ouders, voor gezorgd dat het kind ook op de crèche het dieet houdt.

Slapen
Slapen is voor veel kinderen op de middagcrèche een dagelijks terugkerend ritueel. Om alle indrukken en belevenissen van een intensieve dag op de crèche te verwerken is een rustperiode onontbeerlijk. In de periode voor het slapen gaan worden de kinderen door steeds terugkerende activiteiten voorbereid op het naar bed gaan. De "slaap"kinderen worden uitgekleed, verschoond of gaan naar de WC en hun vaste knuffel of speen wordt aangeboden. De kinderen slapen in een eigen bedje en op een vaste plek. Als tussen 13.00 en 15.00 uur de kleintjes slapen is er voldoende gelegenheid om met de grotere kinderen een speciale activiteit te ondernemen.